EXPOSITIE ‘sloopwerk’

Bo de Jong en Anna de Bruyckere
Zondag 8 januari t/m zondag 19 februari 2023
Vernissage zondag 15 januari.

Donderdag 5 en vrijdag 6 januari gesloten i.v.m. opstelling expositie!.

Bo de Jong

Bo de Jong maakt sinds 2020 installaties van textiel onder de titel ‘Sloopwerk’.

Daarnaast gebruikt ze elk ander materiaal dat van pas komt: van stoelen tot ladders, van stukken paspop tot parasolvoeten. Daarmee geeft ze de gebruikte stoffen een gedaante en een bijzondere bezieling.

“Deze dames zijn gemaakt van stof en door het stof. Ze zijn van goed, van linnengoed en lingerie. Wasgoed – het was ooit goed. Ze zijn van naaiwerk, naadwerk, haakwerk en broderie. Ze zijn van honderden uren werk. Deze dames zijn de kleding die ze dragen, de jurken de dragers van een lange geschiedenis.” – Bo de Jong over ‘Sloopwerk’

Een terugkerend element in de Jongs werk is geïnspireerd op de mola uit de traditie van de Kuna, een Indiaans volk uit Panama.

Mola’s zijn textielpanelen die vrouwen dragen op de kleding op hun borst, uitgevonden in de 19e eeuw. Toen de kolonisten de traditionele bodypaint en tatoeages van Kuna-vrouwen verboden, bedachten ze de mola om hun beeldtaal – het Kuna-alfabet en dieren met symbolische eigenschappen – levend te houden. Zo is de mola een symbool van stil verzet en weerstand tegen acculturatie door de kolonisator.

“Een tapijt kan een titel krijgen, het vertelt over heldendaden. Maar de handen die het naaiwerk deden, hebben kloven, wonden, bloed. Lappen stof als censuur op het naakte lijf.” – Bo de Jong

De Jongs mola’s en veel van haar stoffen beelden ook vaak dieren af.

Dieren waren in het verleden vaak de belichaming van goden. Voor de indianen waren dieren leermeesters omdat ze de natuur beter kenden dan de mens. In de huidige consumptiemaatschappij wordt het dier echter tot product gereduceerd en van heiligheid ontdaan. Alleen als schattige, onschadelijke plaatjes kunnen we het dier nog velen. Kolonialisme kent vele gedaanten; het vergeet dat ook mensen zelf dieren zijn, vroeg of laat ten prooi aan de vernietigingsdrang inherent aan een visie die niet uitgaat van de eenheid van alle wezens en dingen, maar van uitbuiting en overheersing.

De Jong verkent deze thema’s in stof en in de plaatsing van haar installaties in de ruimte.

Anna de Bruyckere laat zich inspireren door haar werk en maakt poëtische reflecties op muziek en allerhande geluid om de onderstromen van De Jongs werk te versterken en te bevragen.

In ‘Sloopwerk’ komen beeldtaal en poëzie, stoffelijke materie en onstoffelijk geluid samen.

De installaties nodigen bezoekers uit om stil te staan en zich voor even dier tussen de dieren te weten – een dier dat diep voelt, dat weifelt en galoppeert, een dier dat verhalen vertelt en misschien wel huilt naar de maan.

“De vrouw en het dier: ze verandert niet, ongeacht de cultuur, het tijdperk of de politiek. Ze is wat ze is en ze is volmaakt.” (Clarissa Pinkola Estés in “Mujeres que corren con lobos”)